logo Netwerk Dementie Fryslân
Levenspad dementie

Instellingen aanpassen

Wie ben je?

Waar woon je?

Specifieke situatie

Diagnose

  

Vroege diagnose

Een vroege diagnose kan veel onzekerheid wegnemen. Het helpt je begrijpen wat de oorzaak is van de klachten. Bij een vermoeden van dementie is een bezoek aan de huisarts de eerste stap.

De huisarts doet een ‘diagnostisch onderzoek’ en kijkt naar je lichamelijke en geestelijke gezondheid. Ook zal de arts vragen stellen over dagelijkse handelingen zoals boodschappen doen, apparaten gebruiken, koken of omgaan met geld. Soms komt de oorzaak van je klachten door iets anders dan dementie.

Wat gebeurt er bij een onderzoek?

De huisarts kan onderzoeken of je dementie hebt. Het onderzoek bestaat meestal uit:

  • een paar gesprekken met jou
  • onderzoek van je lichaam. Dit is om te weten hoe je beweegt en of je goed hoort en ziet.
  • een apart gesprek met een naaste, zoals je partner of kind
  • een geheugentest. Dit is een test met vragen en opdrachten. Er zijn ook speciale geheugentesten voor als je niet zo goed Nederlands kunt.

Soms stuurt de huisarts je door naar het ziekenhuis voor meer onderzoek:

  • als je jonger bent dan 65 jaar
  • als de huisarts denkt dat je een bijzondere soort dementie hebt
  • als de huisarts twijfelt over de oorzaak van je klachten

In het ziekenhuis kan de geheugenpoli, een neuroloog, geriater of specialist ouderengeneeskunde je verder onderzoeken. Niet iedereen krijgt dezelfde onderzoeken. Meestal krijg je een medisch onderzoek, een bloedtest en een uitgebreid geheugenonderzoek. Soms is er ook beeldonderzoek (zoals een MRI of CT-scan) of een ruggenprik nodig.

MCI (mild cognitive impairment)

Uit alle onderzoeken kan ook de diagnose Mild cognitive impairment (MCI) komen. MCI betekent: milde problemen met het geheugen of andere denkfuncties. Mensen met MCI vinden het soms moeilijk om dingen te plannen of gewone dingen te doen, zoals koffie maken of zich aankleden. Met hulp van geheugensteuntjes, zoals een agenda of een briefje, kunnen mensen met MCI meestal nog goed hun dagelijkse dingen doen.

De arts vraagt mensen met MCI om na een bepaalde tijd, bijvoorbeeld een jaar, terug te komen. Soms blijven de klachten hetzelfde, soms verdwijnen de klachten. Er is ongeveer 50% kans dat MCI in drie jaar tijd erger wordt. Dan krijg je alsnog de diagnose dementie.

Dementie

Dementie is een ziekte van de hersenen. Bij dementie werken de hersenen niet goed. Ze kunnen informatie niet goed verwerken. Hierdoor krijg je problemen met onthouden, praten en gedrag. Het kan ook moeilijk worden om dingen te doen of de weg te vinden. De ziekte wordt steeds erger. Zelf dingen doen wordt daardoor steeds moeilijker.

Verschillende vormen van dementie

Er zijn wel 50 verschillende vormen van dementie. Hieronder zijn de meest voorkomende vormen uitgewerkt:

  1. De ziekte van Alzheimer: Dit is de meest voorkomende vorm van dementie. Het begint meestal met vergeetachtigheid en later wordt het moeilijker om dingen te begrijpen en beslissingen te nemen. Mensen kunnen ook moeite hebben met praten en herkenning van mensen.

  2. Vasculaire dementie: Deze vorm van dementie komt door problemen met de bloedvaten in de hersenen. Het kan komen na een beroerte of andere problemen met de bloedcirculatie. Het geheugen en de concentratie kunnen afnemen, en mensen kunnen moeite hebben met plannen.

  3. Frontotemporale dementie (FTD): Bij deze ziekte worden de voorste delen van de hersenen aangetast. Het gedrag kan veranderen, zoals meer impulsief worden of sociaal ongepast gedrag vertonen. Ook kunnen mensen moeite hebben met taal en praten.

  4. Lewy body dementie: Deze vorm van dementie komt door kleine plekken in de hersenen, de zogenaamde Lewy-lichamen. Mensen kunnen hallucinaties hebben, zoals dingen zien die er niet zijn, en het kan zijn dat ze veel bewegen, zoals trillen. Ze kunnen ook snel verward raken.

Elke vorm van dementie is anders, maar ze hebben allemaal invloed op het geheugen en het dagelijks functioneren.

De diagnose dementie, wat nu?

De diagnose dementie krijgen is verdrietig voor jou en de mensen om je heen. Het verandert veel in jullie leven en kan veel vragen geven. Het is belangrijk dat je vanaf het begin een vast persoon hebt die je helpt. Dit kan een casemanager dementie, een praktijkondersteuner of een wijkverpleegkundige zijn. Zij helpen je met de veranderingen en kijken samen met jou en je familie wat er geregeld moet worden.

In deze fase is het belangrijk om alvast na te denken over de toekomst. Denk bijvoorbeeld na over geldzaken, juridische dingen en zorg die je later nodig hebt.

Probeer ook zo gezond en fijn mogelijk te leven. Blijf dingen doen waar je blij van wordt, alleen of samen met anderen.

Autorijden en de diagnose dementie/MCI

Als je de diagnose dementie of MCI krijgt, wil je misschien zo lang mogelijk blijven autorijden. Zelf rijden betekent vrijheid en onafhankelijkheid. Of je nog mag autorijden na de diagnose dementie of MCI hangt af van je situatie. Bij dementie kunnen je reactievermogen, oriëntatie en aandacht verminderen, wat gevaarlijk kan zijn in het verkeer.

In Nederland geldt het volgende:

  • Als je de diagnose dementie krijgt, moet je dit melden bij het CBR (Centraal Bureau Rijvaardigheidsbewijzen).
  • Het CBR bepaalt of je nog veilig kunt rijden. Dit doen ze met een medische keuring en soms een rijtest.
  • In sommige gevallen mag je nog een tijdje blijven rijden, maar vaak met een beperkte geldigheid van je rijbewijs.

Het is belangrijk om eerlijk te zijn over je situatie, voor je eigen veiligheid en die van anderen. Overleg ook met je arts als je twijfelt of je nog kunt autorijden.

Binnen het netwerk delen de gespecialiseerde casemanagers dementie kennis en stemmen werkwijzen met elkaar af.

Netwerk Dementie Fryslân

Contact opnemen